Persoonlijke hulpmiddelen

Nederland rijker dankzij betere cijfers

Door: Redactie

Onder de naam Redactie zoeken wij voor u het Web af op zoek naar interessant nieuws en feiten over valuta's.
Meer van Redactie.

In: Valuta: Nederland — 2012-03-27 10:00:00

Het buitenlandse bezit van Nederland wordt per saldo danig onderschat. Als alle buitenlandse vorderingen en verplichtingen van Nederland volledig tegen marktwaarde worden meegeteld, is ons land doorgaans aanzienlijk rijker dan volgens de gebruikelijke manier van meten. In de periode 2004-2011 scheelde dat herhaaldelijk meer dan EUR 100 miljard, soms zelfs het dubbele.

Ook eind 2011 was Nederland EUR ruim 70 miljard rijker volgens de cijfers tegen marktwaarde die DNB geschat heeft en vandaag voor het eerst op haar website publiceert, in aanvulling op de gebruikelijke cijfers. Volgens de nieuwe cijfers bedroeg het netto buitenlandse bezit van Nederland eind vorig jaar bijna EUR 300 miljard (zie grafiek).

AEX

 

Hoe rijk of arm een persoon is, hangt onder meer af van de manier waarop dat wordt gemeten. Met een land is dat niet anders. Elk kwartaal brengt DNB de buitenlandse vorderingen (activa) en verplichtingen (passiva) van Nederland zo goed mogelijk in kaart. Wat daar dan uitkomt aan netto buitenlands bezit, hangt onder meer af van de manier van meten. Voor een zo actueel en realistisch mogelijk beeld kijkt DNB door de bril van  'de markt', zoals het IMF dat voorschrijft, maar marktwaarden zijn niet altijd voorhanden. Hoeveel is bijvoorbeeld volgens 'de markt' een in Canada gevestigde dochtermaatschappij van een Nederlands concern waard? Dat is niet bekend. De huidige praktijk is om voor zo’n dochter, bij gebrek aan beter, het bedrag te nemen uit de boekhouding van het Nederlandse concern. Gevolg daarvan is wel dat de activa op de balans van Nederland worden onderschat. Immers, in de boekwaarde zijn bijvoorbeeld niet begrepen de toekomstige in Canada te behalen winsten, waar de markt óók waarde aan toekent. Keerzijde van het verhaal is dat de buitenlandse passiva, deelnemingen door buitenlandse concerns in binnenlandse dochters, net zo worden onderschat.

Het door elkaar gebruiken van boek- en marktwaarden is niet bevorderlijk voor een goed inzicht in de netto buitenlandse bezittingen van Nederland, ook wel het netto externe vermogen genoemd. Dat valt ook te illustreren voor individuele concerns zoals Royal Dutch Shell. Wanneer de aandelen van buitenlandse beleggers in dit Nederlandse concern tegen beurswaarde worden meegeteld als passiva van Nederland, maar de buitenlandse dochters tegen een (veel) lagere boekwaarde als activa, dan is duidelijk dat de netto bezittingen van ons land worden vertekend. Met dit meetprobleem kampen ook andere landen.

Hoe de onderschattingen van dochtermaatschappijen per saldo uitpakken, verschilt van land tot land. Dat hangt af van de bedragen die ze vertegenwoordigen. Die zijn voor Nederland aanzienlijk: ultimo 2011 bedroegen de totale uitgaande kapitaaldeelnemingen - in buitenlandse dochters -  EUR 489 miljard, de inkomende deelnemingen - in binnenlandse dochters - EUR 271 miljard. Dergelijke boekwaarden van dochters liggen doorgaans fors onder de marktwaarde, soms zelfs tientallen procenten, zo valt af te leiden uit de bedragen waarmee ook de boekwaarden van hun beursgenoteerde moederondernemingen achterblijven bij de beurswaarde (de marktkapitalisatie). Dat geldt gerekend in euro’s het meest voor de activa (die zijn het omvangrijkst). Gevolg: onze netto buitenlandse bezittingen worden met miljarden onderschat.

Om daar inzicht in te verschaffen gaat DNB naast de gebruikelijke boekwaarden van inkomende en uitgaande deelnemingen ook schattingen publiceren van hun marktwaarde. Daartoe worden voortaan voor elke in Nederland beursgenoteerde onderneming de beurswaarde en de boekwaarde (het eigen vermogen) met elkaar vergeleken. Verschillen ertussen worden aan concernonderdelen buiten Nederland, de uitgaande deelnemingen, toegerekend naar rato van hun veronderstelde bijdrage aan de concernactiviteit (afgemeten aan de winstbijdrage dan wel het eigen vermogen). Maar ook inkomende deelnemingen - door buitenlandse concerns in Nederlandse dochters - worden van boekwaarde op marktwaarde gebracht. Daarbij wordt het eigen vermogen van deze niet-beursgenoteerde dochters, dat wil zeggen hun boekwaarde, verondersteld ongeveer net zoveel bij de marktwaarde achter te blijven als het eigen vermogen van de wél beursgenoteerde bedrijven in Nederland.

Na het op marktwaarde brengen van uitgaande en inkomende deelnemingen blijkt Nederlands netto buitenlandse bezit aanzienlijk hoger uit te vallen. Hoe hoger de AEX, hoe groter doorgaans de correctie van het netto externe vermogen van ons land (zie de witte balkjes in de rechterfiguur). In de periode 2004-2011 bedroeg de onderschatting van ons netto buitenlandse bezit in sommige kwartalen soms meer dan EUR 200 miljard, ruim een derde deel van het bruto nationaal product van Nederland. Het beursklimaat speelde daarbij een belangrijke rol (hoe optimistischer beleggers, hoe groter ook de kloof tussen markt- en boekwaarde). Uit de betere cijfers blijkt Nederland dus doorgaans rijker te zijn.

Bovendien vertoont het netto buitenlandse bezit na aanpassing ook een opwaarts beloop dat beter spoort met de grote lopende rekeningoverschotten van Nederland. Goede cijfers zijn des te belangrijker nu lopende rekening en extern vermogen een belangrijke rol gaan spelen in de zogeheten Excessive Imbalances Procedure, afspraken van Europese landen om macro-economische onevenwichtigheden beter te kunnen monitoren en voorkomen. 

Bron DNB

Geef uw waardering

230 stemmen (Score 2.8/5)

Document acties
 

©2011-2014 Atopia